Op deze pagina vind je 1 betekenis of definitie van het woord 'voorzag’. Indien je zelf nog een definitie of synoniem kent, kan je deze onderaan deze pagina toevoegen.
1-2
voorzag
enkelvoud verleden tijd van voorzien
VB: Ik voorzag.
Jij voorzag.
Hij, zij, het voorzag.