Op deze pagina vind je 1 betekenis of definitie van het woord 'ontbrak’. Indien je zelf nog een definitie of synoniem kent, kan je deze onderaan deze pagina toevoegen.
1-1
ontbrak
enkelvoud verleden tijd van ontbreken
VB: Ik ontbrak.
Jij ontbrak.
Hij, zij, het ontbrak.