Op deze pagina vind je 1 betekenis of definitie van het woord 'benoemde’. Indien je zelf nog een definitie of synoniem kent, kan je deze onderaan deze pagina toevoegen.
1-1
benoemde
enkelvoud verleden tijd van benoemen
VB: Ik benoemde.
Jij benoemde.
Hij, zij, het benoemde.